genografie.nl logo

Pennincx en zijn Y-DNA

Mijn Y-chromosoom en waar kom ik vandaan?

Ötzi
Van genealogie tot genografie

Ik kom uit Beek en Donk, een dorp in de regio van Eindhoven. Ik heb al vele jaren geleden stamboom onderzoek gedaan, en kon mijn stamboom traceren tot Gemert. Mijn mannelijke lijn ging ruwweg 1604-1670 Gemert, 1670-1700 Beek en Donk, 1700-1960 Gemert. Ik werd in 1961 in Beek en Donk geboren. De afstand tussen de twee dorpen is ongeveer 4 km.

Doordat ik een fout vond in een Pennings-stamboomlijn op internet, kwam ik er toe ook andere Pennings/Penninx/Penning stambomen uit te werken en op een website te plaatsen. Na jaren met leuke reacties uit Nederland, reageerde in januari 2011 Mark Pennings uit Australië. Het werd een uitgebreide e-mail wisseling. Hij was van een andere Pennings stam; hij had een Y-chromosoom DNA test gedaan en adviseerde me om er ook een te doen. Mogelijk waren we verwant uit de tijd voor de archieven. Ik volgde zijn advies en deed een test bij National Geographic. We bleken niet verwant. Wel hadden we beiden een Y-DNA dat ongebruikelijk was in Brabant. Hij behoorde tot een bijzondere G-groep; ik behoorde tot een J-groep, welke zijn grootste dichtheid in Yemen had.

We zochten naar oorzaken, en zagen verwachtschappen met het maken van penningen. Misschien waren het families die de techniek voor het maken van munten uit het Midden-Oosten ten tijde van de Romeinen naar Nederland gebracht hadden. Er waren in publicaties al eerder suggesties gedaan dat de J- en G-groepen ten zuiden van de Nederlandse rivieren een hogere dichtheid hadden dan ten noorden van de rivieren. Een van de suggesties was dat dit DNA mogelijk in de Romeinse tijd als soldaten naar Nederland gekomen waren. Het was erg onzeker. De dichtheid van J1 is ook in Brabant lager dan 1%.

English google translate of this page

Pennings naar Brabant

Meer Y-DNA metingen

In het volgende jaar vond ik geen duidelijke aanwijzingen voor de afkomst van mijn Y-DNA. Ik deed wat testen bij familytreedna.com en leerde dat ik de SNP L147.1 had, en niet L222.2 en niet Z644. Ik hoorde nog tot een grote subgroup die niet duidelijk gelocaliseerd kon worden. Door wat aanvullende metingen wist ik steeds nauwkeuriger wat de STR-waarden van mijn DNA waren. Ik vond alsmaar geen nabij familielid. Op 67 markers bleek ik altijd minimaal 16 markers afstand te hebben, wat betekent dat de eventuele familieband zo ver weg is, dat de overeenkomst in STR-waarden ook door toeval veroorzaakt kan zijn. Ik kwam dus nog niet verder hoe het Y-chromosoom in Brabant gekomen was.

Een mogelijkheid vervalt

Voorlopig hield ik het op een relatie met Yemen of ergens in Arabië, aangezien daar de meeste J1-L147 wonen. Voor de volgende stap ben ik berekeningen gaan maken, die voor sommigen te complex zullen zijn. Ik ben gaan kijken naar de bevolkingsgroei in Nederland en omgeving. Er zijn schattingen die aangeven hoeveel personen in Vlaanderen-Brabant-Limburg tussen het jaar 0 en nu woonden, en wat het percentage is dat in die periode als immigrant het land binnenkwam. Het bleek dat de voorouders van dit gebied in 400 na Christus in meerderheid reeds in of nabij dit gebied woonden. Ook bleek dat deze meerderheid voor hun Y-DNA afstammen van een kleine groep mannen van slechts 1270 mannen. Als we rekening houden met onnauwkeurigheden, zouden het er maximaal zo'n 1500-2000 kunnen zijn. Vervolgens ging ik kijken of het mogelijk was dat de huidige aantallen van J1 in dit gebied het gevolg zou kunnen zijn van komst uit de Romeinse tijd. Dit bleek niet het geval te zijn. Ik verzamelde uit publicaties J1-personen wiens voorvaderen in 1600-1700 reeds in dit gebied woonden. Het bleek dat hun Y-DNA onderling zo verschillend was dat zij ook in het jaar 400 bijna allen een verschillende voorvader hadden. Als deze voorvaders op dat moment in het gebied gewoond hadden, had het huidige percentage veel hoger moeten zijn dan wat het nu is.

Het scenario dat de meeste J1's in de Romeinse tijd hier gekomen was, bleek niet mogelijk te zijn. Het werd dus minder waarschijnlijk dat mijn verre voorvader als Romein naar Brabant gekomen is.

Geschiedenis aanwijzingen?

Ik had op deze manier contact gemaakt met enkele andere J1's in Nederland en België. Ik had de indruk dat ze iets meer aanwezig waren (start van ieders genealogie) in de grotere plaatsen beneden de rivieren. Het waren echter te weinig personen om conclusies te trekken.

Ik zocht vervolgens naar een aanwijzing in Gemert. In het boek "de zonen van Adam in Nederland" waren 3 personen in Nederland met een J1. Één daarvan had zijn oorsprong in Gemert. Onze STR's waren sterk verschillend, dus er was geen nabije familieband, maar misschien was er wel een geschiedenis die enkele mannen samen naar Gemert gebracht had.

De oudste gegevens van mijn voorouders in Gemert en Beek en Donk gaven geen speciale aanwijzing qua beroep of woonplek. Men gebruikte eerst 75 jaar patroniemen voordat de eerste keer Pennincx opdook. Men nam (in Beek en Donk) dezelfde familienaam als een gerespecteerde molenaar in Gemert. Uit later Y-DNA onderzoek bleken zij inderdaad niet verwant. In het oudste stamboom document werden de personen genoemd die het dorp kunnen verdedigen, o.a. "Joechim Anssems --- 2 perden", mijn verre voorvader. Pas begin 18e eeuw (1709) is er een aanwijzing van beroep en woonplek in het dorp. Men bleek toen schoenmaker te zijn in de Molenstraat (centrum van het dorp). Ik zag dit niet als een duidelijke aanwijzing. Anselmus was een roepnaam die in die jaren meer voorkwam dan nu. De aartsbisschop van Canterburry Anselmus is in 1494 heilig verklaard. Waarschijnlijk is de voornaam daarna in katholieke gebieden opgekomen.

Een vraag aan de heemkunde vereniging in Gemert waarom we mogelijk twee J1's uit Gemert hadden leverde geen aanwijzingen op.

Inmiddels had ik een Pennings uit de stam die zich rond 1700 in Heemstede gevestigd had, laten meten. Het bleek dat we van dezelfde stamvader kwamen. Uit aanvullend genealogisch onderzoek bleken we een gezamenlijke stamvader in 1636 te hebben. Hiermee kon ik de STR-waarden van onze stamvader uit 1636 beter bepalen.

Speculerend kwamen we op de volgende Y-DNA mogelijkheden. Mogelijk een Arabische afkomst, waar J1 veel voorkomt (1). Mogelijk een Joodse afkomst, aangezien ook binnen de Joodse gemeenschappen veel J1 voorkomt (2). Gemert heeft een oud kasteel, dat gebouwd is rond een kasteel dat door kruistochtridders opgebouwd is. Het is dus mogelijk dat iemand in deze periode meegekomen is (3). Men zou in Gemert hebben kunnen komen als handelaar (4) of Arabier naar Spanje (die het land 1000 jaar bezet hielden) en later als een Spanjaard naar Brabant tijdens de 80-jarige oorlog (5). In de periode dat Nederland en Spanje samen één land waren, en de verdraagzaamheid in Spanje naar andere religies afnam, zijn ook veel Sephardische Joden het land ontvlucht. Dit zou een mogelijkheid zijn, al vond ik slechts aanwijzingen die gingen naar andere gebieden (Middenlandse Zee en later grote steden in Holland, niet naar een kleine plaats in Brabant) (6).

Mijn meest nauwkeurige SNP was op dat moment L147.1. Wereldwijd is dat nog een behoorlijk grote groep. Ik zat nog steeds in L147.1 en niet L222.2 (subgroup die vrijwel volledig Arabisch is). Welke subgroup wel was nog onbekend.

Een mogelijke aanwijzing
Speculatie Pennings-J1 uit Saoudi Arabie

De volgende aanwijzing kwam van de meest nabij STR match. Een man uit Al Rass (stad in Saoudi Arabië) bleek mijn meest nabije STR-contact. We hadden "slechts" 14 allelen verschillend, de eerst volgende had er 16. Ik ging er gemakshalve van uit dat hij mijn meest nabije familielid was in de beschikbare databases, en ging een tijdschaal bepalen. Ik kwam uit op minimaal 1500 jaar geleden. Ook ging ik een speculatieve mooie STR-stamboom maken, met andere personen die slechts ietsje verder van elkaar zaten (zie hierboven). Ik bracht 12 personen in een stamboom en had enkele weken het gevoel dat ik op het goede spoor zat. Ik probeerde contactgegevens van de meneer uit Al Rass te krijgen, en kreeg, na een oproep, zijn facebook account. Hij leek het account niet actief te gebruiken, en reageerde niet op mijn facebook bericht.

Enkele weken later ging ik de details van 12 personen verder bekijken. Het bleek dat enkele personen L222.2 waren, dus mijn speculatieve stamboom kon niet juist zijn. Ik was te optimistisch geweest.

Een nauwkeuriger SNP bepaling

Inmiddels had ik via Geno 2.0 meer SNP's laten bepalen. Ik bleek in de L147.1-subgroep YSC00000076 (ook wel YSC76) te zitten. Dit bleek een van de groepen die ouder was dan L222.2, en heeft een grote geografische verspreiding. Het centrum lijkt in het gebied tussen Turkije-Kaukasus-Arabië te liggen. Qua tijdschaal is de huidige schatting nog 3200 jaar voor nu (3.2kybp) op basis van STR-tijdschalen. Na STR-correctie komt dit uit op ongeveer 4000 jaar voor nu (4000ybp: years before present). In de groep zitten mensen uit Arabië, Turkije, Oost-Europa, Zuid-Europa en een klein groepje uit Engeland, die bijna allen van een recente stamvader komen. Binnen de personen in Oost-Europa is een grote groep Ashkenazi Joden. Mijn STR was niet nabij een van de grotere groepen binnen YSC76.

Qua migratie geschiedenis naar Brabant is een afkomst uit Zuid-Europa, Oost-Europa of Turkije-Kaukasus (b.v. de Armeense diaspora) mogelijk. Een recente migratie uit Arabië leek minder waarschijnlijk.

Nieuwe informatie

Steeds zijn er nieuwe mensen die zich laten meten. En zo was er plotseling een Kokeš uit Tsjechië. Mijn STR waarden bleken duidelijk dichter bij Kokeš te liggen dan bij Al Rass. Bij nadere analyse bleek dat het verschil tussen ons kleiner was dan op het eerste oog zichtbaar is. Mijn markers hebben een aantal dubbele markers (DYS459=8-8 en DYS464=12-12-16-16, CDY=33-33). Meneer Kokeš had deze niet. Bij een RecLOH mutatie verdubbelt een specifiek stukje Y-DNA, wat zorgt voor een verdubbeling van deze markers. Dan is het 1 mutatie die 4 verschillen oplevert. Het betekende dat er waarschijnlijk slechts één mutatie was tussen onze gezamenlijke stamvader en mijn voorvader in 1636. Kokeš had dan nog 3 mutaties na onze gezamenlijke stamvader. Kokeš staat op een ftdna-pagina van "Jewish Prague". Zijn naam komt iets meer voor in het Zuid-Oosten van Tsjechië.

In deze regio is het percentage J1 en het percentage Ashkenazi Joden relatief hoog. Het lijkt nu waarschijnlijk dat de gezamenlijke stamvader van Kokeš-Pennincx joods was. Het geschatte jaartal ligt rond 1300-1550. De ene zoon ging naar Tsjechië-Hongarije, waar veel van de Sephardische Joden (vaak uit Spanje) in deze periode naar toe gingen. Een andere zoon bekeerde zich tot het katholicisme en ging naar Brabant. De vader van Anselmus liet zijn zoon rond 1550 katholiek dopen, mogelijk in Gemert. Het is me nog niet gelukt met Kokeš in contact te komen; ik zou graag meer van zijn achtergrond horen.

Dit patroon wordt gezien bij verschillende groepen. De karakteristieken zijn dan: een joodse J1-afstamming die van het Midden-Oosten naar Spanje migreert na de joodse diaspora. Men verblijft daar tussen het jaar 800-1400 in het zuiden van Spanje. In deze periode was er een bloeiend centrum van Arabische en Joodse cultuur, met als cultureel hoogtepunt het kalifaat van Cordoba (930-1030). Als gevolg van de inquisitie ging een deel van de afstammelingen gedwongen over naar het katholicisme (converso), en een deel verliet het land. Degenen die vast hielden aan het Joodse geloof gingen naar een gebied waar men hun geloof kon belijden. Dit was met name het geval in Oost-Europa. Het bevolkingsaantal van de Joden groeide in Oost-Europa tussen 1500-1900 zo sterk dat uiteindelijk zo'n 90% van alle Joden in Oost-Europa woonden.

Pennings in relatie tot Kokes
Aanvullend onderzoek

Naschrift (augustus 2014): uiteindelijk heb ik het volledige Y-chromosoom in kaart laten brengen door fullgenomes.com. Er zijn een 80-tal nieuwe SNP's gemeten; een deel van de SNP's hebben de naam gekregen van dit onderzoek (FGC15938-FGC16003). Er werd gemiddeld ongeveer een SNP per twee generaties gevonden. In "mijn groep" FGC15940 zijn inmiddels een zestal SNP-takken. De takken zijn ontstaan in een paar generaties. De ene FGC15940-subtak heeft twee Arabieren, met ieder hun eigen tak, en een grote Ashkenazi-tak (L823). De andere FGC15940-subtak bestaat op dit moment ook uit drie takken. Van deze drie is er één van een onbekende persoon uit het 1000genomes project, één van een grote Ashkenazi-tak met o.a. de directeur van ftdna.com (Bennett Greenspan) en als laatste mijn tak met, naast mij, de hierboven genoemde Praagse Joodse Kokeš. Door de combinatie van deze groepen is dit één van de twee locaties in de J1-boom die aangewezen zijn als: de voorvaderen van deze takken woonden in Israel bij de start van het Israelische rijk (circa 1000 voor de gewone jaartelling). Hiermee is nieuwe informatie beschikbaar gekomen over de Joodse Diaspora.

Positie in de J-YSC76 boom


HOME VERRE VOOROUDERS